Inleiding...

Wanneer men levende organismen wil vermeerderen, dan wil men ook een "handje" hebben in de toekomstige nazaten. M.a.w. men wil een positieve evolutie creëren. Men wil "selecteren".
Het woord “selectie” heeft te maken met “uitkiezen of uitlezen”...
Uitkiezen houdt in dat er bepaalde verwachtingen worden gekoesterd door de “uitkiezer”.
Hij is m.a.w. op zoek naar een bepaald beeld, een bepaald doel. Hij is op zoek naar “beter” materiaal, op zoek naar een ideale toekomst.

Het uitkiezen of uitlezen van levende organismen, zoals bijen, is een zeer complexe bezigheid van blijvend durende aard...
Er wordt verondersteld dat men zijn doel kent. Er wordt eveneens verondersteld van de uitlezer, dat hij of zij het materiaal goed kent waaruit moet worden uitgezocht of geselecteerd. Men moet m.a.w. weten wat men kan verwachten, wat dus binnen de mogelijkheden ligt van de geaardheid van de teeltstof en van de zoektocht.

Uitlezen veronderstelt dat men gaat vergelijken, beoordelen en beslissen. Er moeten dus vergelijkbare elementen zijn. Men moet in de eerste plaats werken met vergelijkbare organismen, (soorten, ondersoorten, rassen of stammen, lijnen) in vergelijkbare milieusituaties (regio’s of streken) die op een vergelijkbare wijze worden bewerkt of behandeld (teelttechniek). Deze laatste handelwijze speelt een zeer belangrijke rol in het vergelijkingsproces.
Natuurlijk kan er geen vergelijk mogelijk zijn tussen dieren van verschillende oorsprong. Er is geen vergelijk mogelijk tussen bijen waarvan de afstamming totaal verschillend is. De erfelijke massa of zeg maar de geaardheid en het gedrag van het dier is het uitgangspunt. We vergelijken dus zaken met elkaar, bij dieren die zeer verwant zijn aan elkaar. We hebben dus vooraf een keuze gemaakt wat de soort aangaat die men voor ogen heeft en die men kiest als uitgangspunt, om welbepaalde redenen.
We verwachten van de gehanteerde ondersoort en ras, dat het ons in goede en slechte jaren steeds voldoening zal schenken, zachtaardige en gezonde, productieve en vitale bijen, rasvaste, zelf teelbare zwermtrage bijen zal leveren die eenvoudig imkeren toelaten.
De teelt van koninginnen is, in onze huidige imkerij, één van de belangrijkste zorgen geworden. Het is belangrijk omdat de smeltkroes van bijen en hun verschijningsvormen in onze streken, ons heden meer zorgen dan voldoening brengt.

De heterogeniteit van eigenschappen maakt dat de imkerij voor veel imkers meer op een nachtmerrie lijkt dan op een aangename bezigheid. Komt er nog bij, dat we steeds meer af te rekenen krijgen met dichte

woonsituaties, waardoor het sociale aspect zwaar gaat doorwegen.
Het gedragspatroon van de honingbij, het dichtbevolkte karakter van de streek en de zorgeloze, hardnekkig gehanteerde vrijheid van de “bijenman” , bezorgt de gemeenschappelijke imkerij zware nachtmerries.

 Het tot leven roepen van een “voortplantingsorgaan” in het bijennest, dat haar geaardheden overdraagt op haar nakomelingen, heeft verregaande gevolgen voor het gedragspatroon van dat bijennest.
Rechtstreeks heeft het zijn gevolgen voor de wijze waarop het “bijen houden” wordt bedreven. Meestal is men onvoldoende doordrongen van het belang van de oordeelkundige en gespecialiseerde teelt met degelijke moeren.
Het heeft zijn onmiddellijke gevolgen voor de wijze waarop het “bijen houden” wordt bedreven. Koninginnentelers hebben dan ook een behoorlijke verantwoordelijkheid te dragen.
Niet zelden wordt deze taak al te licht opgenomen.
Koninginnen telen is immers een “stempel drukken op de onmiddellijke woonomgeving”, de imkerij. Met de actie koninginnenteelt gaat men in feite een deel van de vrijheid van de imkerij aan banden leggen!
Om voornoemde redenen is het van zeer groot belang dat deze bepalende bezigheden, op een degelijke en open wijze kunnen worden gevolgd, zeker door de imkers uit de onmiddellijke regio en eveneens door de ruimere imkerij.
De bijenteelt is een gemeenschappelijk goed dat, in onze huidige samenleving, oordeelkundig en stevig in de juiste banen moet worden gehouden.
Er wordt van de omwonende imker dan ook voldoende begrip en vertrouwen en eventueel medewerking verwacht, die nodig is, om deze belangrijke en steeds blijvende opdracht te ondersteunen.
Begrijp dat we van de “bijen” waanzinnige dingen verwachten die steeds beter moeten zijn of onze verwachtingen moeten overtreffen…
Probeer eerst te begrijpen wat het woord “honingbij”, ook inhoud waar de bijen vandaan komen. Leer te begrijpen dat bijen door de “natuur” zijn gevormd en dat we ze moeilijk uit hun natuurlijke habitat kunnen weghalen zonder dat er gevolgen zullen zijn...